Samenhang tussen de uitvoeringsteams: grootste opgave

Op 18 mei 2020 vond een webinar plaats onder de titel ‘Instrumentarium Betonakkoord’. Doel was om alle betrokkenen bij  het Betonakkoord te informeren over de geboekte voortgang van het Betonakkoord en vast te stellen waar de resterende lacunes zitten.

Jacqueline Cramer (voorzitter Betonakkoord) blikt terug

Conclusie

De belangrijkste conclusie was dat alle uitvoeringsteams en het overleg van opdrachtgevers goed op schema liggen om de geplande werkzaamheden uiterlijk eind 2021 af te ronden. Dan immers moet alles gereed zijn om iedereen in de betonsector en in de wereld van opdrachtgevers deel te laten nemen aan het Betonakkoord.

Extra aandacht

Twee punten verdienen extra aandacht:

  1. de integrale samenhang van alle activiteiten en
  2. de verankering in het instrumentarium van maatregelen hoger op de R-ladder van circulariteit.

Hier vindt u de presentaties die tijdens het webinar zijn gegeven.

Bouwwaardemodel creëert waardebehoud

Jack van der Palen, regisseur Circulair ontwerpen, trapte af met een animatiefilm over het Bouwwaardemodel. Dit model beschrijft hoe circulariteit in het proces van ontwerp tot sloop zorgt voor waardebehoud. Jack hield een vlammend pleidooi om al in het ontwerp van een gebouw of constructie alle treden op de R-ladder van circulariteit mee te nemen. Deze begint bij refuse, re-use en refurbish, en eindigt bij recycle en recover.

De meeste milieuwinst is te behalen op de hogere treden van de R-ladder van circulariteit. Daarom moet het Betonakkoord meer prioriteit geven aan die R-opties, stelde Jack. Een overgrote meerderheid van de aanwezigen deelde deze mening.

Beoogde CO2-reductie nog niet in beeld

De regisseurs van de drie thematische uitvoeringsteams (CO2 reductie, hergebruik betonreststromen en natuurlijk kapitaal) liggen met hun teams goed op schema. Het was echter verontrustend te horen dat het CO2 -doel van minimaal 30% reductie in 2030 niet gehaald kan worden met bestaande technologie. En dan hebben we het nog niet eens over de 50% die wij willen halen! Dit uitvoeringsteam moet dus flink aan de slag om hun scope van maatregelen uit te breiden.

Wat betreft hergebruik van betonreststromen gaat het lukken om in 2030 al het uit de bouw terugkomende beton, zand en grind opnieuw te gebruiken. Maar daar ontbreekt de koppeling met opties hoger op de R-ladder. Hiermee zou nog meer circulariteit en CO2 reductie gerealiseerd kunnen worden.

Bij dit laatste is wel het probleem dat de CO2 -reductie die wij bereiken door elementen of bouwwerken opnieuw te gebruiken, niet meegerekend mag worden. Vanuit circulaire economie gedacht is dit precies het verkeerde signaal: het bevordert maatregelen lager op de R-ladder en end-of-pipe maatregelen. Het legt de nadruk op emissiereductie aan het eind van de productieketen in plaats van aan het begin: bij het ontwerp.

Het derde, thematische uitvoeringsteam natuurlijk kapitaal gaat het CSC (Concrete Sustainability Council) instrument als basis nemen voor het meten van natuurlijk kapitaal. Het is weliswaar een breder instrument dan het meten van alleen natuurlijk kapitaal, maar wordt wel veel gebruikt in de markt.

MKI: meetlat voor CO2, circulariteit en biodiversiteit

Vervolgens lichtte regisseur Alfons van Woensel de voortgang toe van het instrument MKI (Milieu Kosten Indicator). Hiermee wordt vooral de CO2 -reductie gemeten. Het team stelt voor om, gezien de complexiteit van de betonsector, per productgroep één MKI te hanteren. Daarbij beperkt men zich tot materialen en objecten. De ontwerpfase zit nog niet in de MKI.

Innovatie

Tot slot volgden de presentaties van de uitvoeringsteams Kennis en innovatie, Onderwijs en kennisdeling en het Opdrachtgeversoverleg. Deze presentaties laten zien hoe belangrijk innovatie is. Daarbij wordt benadrukt dat het niet alleen om technische vernieuwing gaat. Het gaat ook om gedragsverandering en een andere manier van ontwerpen met gebruikmaking van digitale middelen. Het gaat immers om systeeminnovaties en niet sec om productinnovaties.

Hoop en zorg

Mijn reflectie op de pitches straalde hoop en zorg uit. De hoop was dat alle teams zich goed houden aan de afgesproken werkzaamheden en planning. Maar mijn zorg vatte ik samen in twee punten, die ook terugkwamen in de drie korte paneldiscussies.

Ten eerste kijkt men vooral vanuit de eigen invalshoek en zoomt men niet uit naar het grotere geheel. De dwarsverbanden tussen de teams zijn nog onvoldoende in beeld. Daarom zit de grootste lacune in de samenhang en optelsom der dingen. Als bijvoorbeeld het kennis- en innovatieteam zich bezighoudt met innovaties, moet die groep input kunnen leveren waar de grootste klappers zitten voor wat betreft circulariteit en CO2 -reductie. De andere teams moeten die innovaties meenemen in hun inschattingen voor verbeteringen. De opdrachtgevers moeten die innovaties oppakken door experimenteerruimte te bieden.

Het team Dalende MKI moet zorgen dat de MKI alle aspecten van duurzaam beton meet. En als zij slechts enkele aspecten meeneemt - wat nu het geval is - moet er een signaal afgegeven worden naar de andere teams en de opdrachtgevers. Dan zouden bijvoorbeeld de teams circulair ontwerpen en natuurlijk kapitaal en het opdrachtgeversoverleg met suggesties kunnen komen voor aanvullende instrumenten.

Een tweede grote omissie is de doorwerking van het Bouwwaardemodel in alle andere teams. De opties hoger op de R-ladder van circulariteit worden noch in de drie themagerichte teams, noch in het instrument MKI, noch in kennis en innovatie en onderwijs voldoende meegenomen. Tijdens het webinar verwees ik naar een onlangs uitgebracht rapport Roadmap towards 2030 van de Deense betonvereniging in samenwerking met het Deense TNO (DTI). Hierin staan opties die in de uitvoering van ons Betonakkoord nog onvoldoende op de radar staan.

Er is dus nog veel werk aan de winkel, niet alleen binnen de teams maar vooral tussen de teams!