Betonakkoord heeft baat bij gecoördineerde innovatie-aanpak

Op 21 april 2020 organiseerden het BTIC en het Betonakkoord een webinar over het Innovatieprogramma Circulair Beton. Overheden, marktpartijen en kennisinstellingen discussieerden enthousiast met elkaar over de verschillende thema's. Jacqueline Cramer, voorzitter van het Betonakkoord,  blikt terug.

"Het was een lange zit, maar wat mij betreft is deze webinar-aanpak een blijvertje. Ook nadat we van het Corona virus bevrijd zijn! Plenair en in groepen bespraken we met ruim 50 deelnemers het Innovatieprogramma, dat is opgesteld door het BTIC (Bouw en Techniek Innovatie Centrum) in samenwerking met het Betonakkoord.

Het doel van het webinar was om input vanuit de praktijk te krijgen op de concept tekst. Het is immers van groot belang dat dit programma goed landt bij de betonsector en de opdrachtgevers in de bouw en infra. Bovendien is een goede samenwerking tussen de kennisinstellingen en het bedrijfsleven een belangrijke voorwaarde van de Rijksoverheid om er geld in te steken. Ook al was het een flinke zit om de hele dag achter de computer met elkaar te communiceren, toch vloog de dag voorbij.

In zes achtereenvolgende sessies gingen vertegenwoordigers van de betonwereld, kennisinstellingen en publieke opdrachtgevers met elkaar in discussie over de nadere invulling van het innovatieprogramma. De thema's waren: biobased materialen in beton, nieuwe bindmiddelen, conditiemeting en levensduurverlenging van constructies, experimenteerruimte voor innovaties en het meten van de milieu-impact. Elke sessie leverde concrete adviezen op die in het programma zullen worden verwerkt.

Innovatie is essentieel

Voorafgaand aan de zes sessies hield ik zelf een korte introductie over het Betonakkoord. Als eerste punt benadrukte ik dat we zonder innovatie de in het Betonakkoord gestelde doelen in 2030 niet gaan halen. Daarbij hanteerde ik een drieslag in typen innovatie.

Stap 1: meters maken

We maken zoveel mogelijk gebruik van bestaande innovaties die al op de plank liggen maar nog niet breed toegepast worden. Daarmee kunnen we meters maken.

Stap 2:  meters voorbereiden

We gaan innovaties die al ver in ontwikkeling zijn maar nog in de praktijk getest moeten worden, gecoördineerd testen. Zo voorkomen we dat er dubbel werk gebeurt en zorgen we ervoor dat de volgende serie innovaties binnen enkele jaren toegepast kunnen worden. Op die manier kunnen we snel meters voorbereiden.

Stap 3: verdergaande innovaties

Hier gaat het om onderzoek naar innovaties die wat meer tijd kosten maar wel binnen 5-6 jaar in de praktijk gebracht kunnen worden. Dat is op tijd om nog een extra stap te kunnen zetten in verduurzaming van de betonketen.

Deze drie stappen zijn voor het Betonakkoord het belangrijkste. Maar dat laat onverlet dat we verder moeten kijken dan 2030. Daarna zullen volgende stappen in vernieuwing moeten plaatsvinden. Dit onderzoek is fundamenteler van aard maar kan ons op termijn veel opleveren. Daarom moet ook hiervoor aandacht zijn in het Innovatieprogramma.

Hoger op de R-ladder

Naast de drieslag in typen innovaties maakte ik in mijn inleiding nog een tweede punt.  Ik bepleitte om in de programmering van het onderzoek de R-ladder van circulariteit als leidraad te nemen.

De hoogste trede op de R-ladder met de meeste prioriteit is Refuse: geen gebruik. Dan volgt Reduce (vermindering van gebruik per eenheid product) en vervolgens Redesign (herontwerpen met het oog op circulariteit). Dan volgen 5 opties die te maken hebben met Re-use van producten (Re-use, Repair, Refurbish, Remanufacture and Repurpose). Tot slot volgen dan Recycling en Recover (verbranden met energieterugwinning).

Milieuanalyses wijzen in het algemeen uit: hoe hoger op de ladder, des te meer milieuwinst kan er geboekt worden. Natuurlijk zijn ook opties lager op de ladder, zoals recycling, nuttig. Maar dat levert meestal in milieu-impact minder op. Bovendien moeten we niet vergeten dat het gerecycled beton niet meer dan 20% van de behoefte kan dekken. We bouwen domweg veel meer dan we afbreken.

Deze discussie over milieu-impact gecombineerd met de economische kosten en baten kwam herhaaldelijk terug tijdens het webinar. Opvallend was hoeveel opties die besproken werden, hoog op de R-ladder zaten: denk aan levensduurverlenging van bouwwerken, minder gebruik van cement per eenheid product, reparatie van beton en hergebruik van betonelementen.

R-ladder vraagt om nieuw overheidsbeleid

Toen dat tot me doordrong, realiseerde ik me dat deze opties nauwelijks aantikken in het Betonakkoord. Dat komt omdat we alleen CO2 reductie mogen meetellen die anders als emissie zou vrijkomen. CO2 die opgeslagen blijft in een gebouw of brug omdat de levensduur ervan verlengd wordt, telt niet mee in de CO2 reductie. Althans volgens de beleidsregels die daarover zijn opgesteld.

Hetzelfde geldt voor circulariteit; daar kijken we vooral naar recycling van betongranulaat om tot 100% hergebruik te komen. Opties hoger op de R-ladder kunnen we in de huidige beleids- en monitoringsystematiek nauwelijks meenemen. We hebben geen berekeningsmethode om bijvoorbeeld de milieuwinst door hergebruik van betonelementen mee te nemen. Als we dat wel konden doen, zou duidelijk worden dat we nog meer met het Betonakkoord kunnen bereiken dan we nu al met elkaar hebben afgesproken.

Ik vind dit een discussie waard binnen het Betonakkoord, maar vooral ook met de Rijksoverheid. Want de huidige beleids- en monitoringsystematiek zit ons in de weg. Het wordt tijd dat daarin verandering komt."